Liederen zondagochtend 6 juli PE Nieuwlande.
Lied voor de dienst: lied 240: 1,2,3 (4) Evangelische liedbundel
1 Zoals een arm, vertroostend om mij heen,
zo teder ligt uw liefde om mijn leven.
Ben ik soms moe en moederziel alleen
op smalle paden en langs steile wegen
en IS mijn hart zo hard gelijk een steen.
GIJ streelt mij zacht – uw vingers zijn een zegen.
2 Zoals een arm, een uitgestoken hand,
zoals het licht, dat glimlacht in de bomen,
zoals een wolkbreuk boven dorstig land,
zo zijt GIJ menigmaal tot mij gekomen
als ik door nacht en ontij overmand
niets anders zag dan doden in mijn dromen.
3 Zoals een klauw, een ijzersterke tang,
Zo is de angst: ijskoud en ongenadig,
Een beest, een geest, een spookbeeld nachtenlang.
Hoe anders Gij!- o God, hoe warm, weldadig
Zegt mij uw stem: Mijn kind, wees maar niet bang;
Als Ik het wil, is zelfs de dood genadig!
4 Zoals een arm, zo vriendelijk en zacht
hebt GIJ UW liefde om mij heen geslagen;
altijd als ik geen morgen meer verwacht
vraagt Gij vandaag het nog met U te wagen.
Mijn God, al moet ik door de langste nacht,
Gij zult mij slapend m uw armen dragen!
Psalm 43: 4 (liedboek 2013)
4 Dan ga ik op tot uw altaren,
Tot U, o bron van zaligheid.
Dan mag mijn ziel uw heil ervaren
En dankbaar ruisen alle snaren
Voor U die al mijn vreugde zijt
En eindloos mij verblijdt.
Lied 462: Aan Uw voeten Heer, is de hoogste plaats (Op toonhoogte 462)
Aan uw voeten Heer, is de hoogste plaats; daarom kniel ik neer bij U.
Om bij U te zijn, is de grootste eer; daarom buig ik mij voor U.
Ja, ik verkies nu om bij U te zijn en om naar U te luist’ren.
In plaats van altijd maar weer bezig te zijn, kom ik nu tot U, o Heer.
Refrein:
Aan uw voeten Heer, is de hoogste plaats; daarom kniel ik neer bij U.
Om bij U te zijn, is de grootste eer; daarom buig ik mij voor U.
Mijn hart verlangt er naar om samen te zijn, hier in een plaats van aanbidding.
In geest en waarheid samen één te zijn, in aanbidding voor U.
Refrein:
Aan uw voeten Heer, is de hoogste plaats; daarom kniel ik neer bij U.
Om bij U te zijn, is de grootste eer; daarom buig ik mij voor U.
Zoals een vader die zijn kind omarmt, ja, zo omarmt U ook mij.
U bent een Vader die vertroost en beschermt en ik kom tot rust bij U. (3x)
Lied 513: God is getrouw Zijn plannen falen niet (Johannes de Heer bundel 513)
God is getrouw, zijn plannen falen niet.
Hij kiest de zijnen uit, Hij roept die allen.
Die ’t heden kent, de toekomst overziet.
Laat van zijn woorden geen ter aarde vallen.
En ’t werk der eeuwen, dat zijn Geest omspant, volvoert zijn hand.
De Heer regeert! Zijn koninkrijk staat vast.
Zijn heerschappij omvat de loop der tijden.
Een sterke hand, die nooit heeft misgetast.
blijft met het heilig zwaard des Geestes strijden.
En d’adem zijner lippen overmant de tegenstand.
De heil’ge Geest, die haar de toekomst spelt.
doet aan Gods kerk zijn heilsgeheimen weten.
Hij, die haar leidt en in de waarheid stelt,
heeft zijn bestek met wijsheid uitgemeten!
Hij trekt met heel zijn kerk van land tot land, als Gods gezant.
Lied 436: Jezus neemt de zondaar aan 1,2,4,5 (LvdK 436)
1 Jezus neemt de zondaars aan
Roept dit troostwoord toe aan allen
Die verdwaald, van Hem vandaan,
In het donker struiklen, vallen.
Hij leert hun zijn wegen gaan:
Jezus neemt de zondaars aan.
2 Hoopt op Hem, heft op uw hoofd,
Want Hij houdt dat staat geschreven
Wat Hij aan ons heeft beloofd
Hij zal ons het leven geven,
’t paradijs doen binnengaan:
Jezus neemt de zondaars aan.
4 Komt ga allen, komt tot Hem,
Weest niet meer bedroefd, verslagen.
Jezus roept u , hoort zijn stem,
Kindren van zijn welbehagen.
Allen moogt gij tot Hem gaan:
Jezus neemt de zondaars aan.
5 Dit vertroost mij, geeft mij moed:
Zijn mijn zonden als scharlaken,
Hij zal door zijn kostbaar bloed
Wit als sneeuw mijn leven maken.
Hij zal mij terzijde staan:
Jezus neemt de zondaars aan.
Lied: Aan uw tafel (Sela)
U nodigt mij aan tafel, om dicht bij U te zijn;
te proeven van het leven, dat U deelt door brood en wijn.
U leidt mij in de stilte, ik volg U met ontzag:
een plaats van rust waar ik U ontmoeten mag.
U ziet mijn hart en leven, de onrust die verwart;
mijn onbesproken vragen, die er leven in mijn hart.
U kent al mijn gedachten, verbergen kan niet meer:
in vertrouwen leg ik alles voor U neer.
De beker in uw handen, neem ik vol liefde aan,
uit handen die verwond zijn, waarin de tekens staan.
Geen woorden meer van oordeel, genade onverdiend,
die aan tafel wordt geproefd en wordt gezien.
U deelt met mij de maaltijd, reikt mij verzoening aan.
Uw liefde is nog groter dan de schuld die is voldaan.
U toont mij uw genade, die werkzaam is in mij:
door de kracht van uw genade ben ik vrij!
Psalm 117: Loof, alle volken, loof de Heer (LB 2013)
Loof, alle volken loof de Heer,
Roem alle naties, roem zijn eer.
Want over ons is groot en wijd
Zijn gunst en goedertierenheid,
Voor eeuwig blijft zijn trouw bestaan.
Het met ons halleluja aan!
Zegen: Lied 456: 3 Amen, amen, amen (LvdK 456)
Amen, amen, amen
Dat wij niet beschamen,
Jezus Christus onze Heer
Amen, God Uw Naam ter eer.
